Tekort aan chauffeurs neemt in eerste kwartaal verder af

Op Distripark Maasvlakte in de Dardanellenstraat zijn de eerste twee turborotondes van de Rotterdamse haven aangelegd. Ze vervangeHet lijkt nog steeds goed te gaan met de sector transport en logistiek in Nederland. De omzetten stegen in het eerste kwartaal opnieuw fors. Het chauffeurstekort is aan het dalen, maar voor andere functies in de sector neemt het aantal vacatures sterk toe.

Dat blijkt uit de sectormonitor over het eerste kwartaal van dit jaar van het Sectorinstituut Transport en Logistiek, gebaseerd op gegevens van onder meer de banken ING en ABN Amro en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Opvallend is dat het ondernemersvertrouwen weer een stijgende lijn laat zien.

De verwachtingen van ondernemers ten aanzien van omzetontwikkeling, personeelsbezetting, economisch klimaat en rendabiliteit voor het eerste kwartaal van dit jaar bleek eind vorig jaar fors afgenomen. Het aantal pessimisten was toen zelfs groter dan het aantal optimisten. Voor het tweede kwartaal kregen de optimisten weer de overhand.

Per saldo zag 8,4% van de ondernemers de toekomst weer zonnig in. Alleen in het eerste kwartaal van 2018 waren bedrijven nog optimistischer gestemd. In de voorgaande jaren sinds 2009, toen het Sectorinstituut begon met zijn eigen monitor, waren de verwachtingen voor het volgende kwartaal steeds wat minder hooggespannen.

Vooral planners gezocht

De omzetten zijn in het eerste kwartaal fors gestegen. In het wegvervoer bedroeg de stijging 5,8% in vergelijking met hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Bij de overige logistieke bedrijven was de omzetgroei 3,8%. De omzetgroei blijft vooral in het wegvervoer hoog. We moeten 2,5 jaar teruggaan voor een nog sterkere groei.

Het tekort aan arbeidskrachten is voor 33% van de bedrijven een knelpunt. Personeelsschaarste is meteen de belangrijkste belemmering die ondernemers in hun bedrijfsvoering ervaren. Het percentage bedrijven dat kampt met financiële beperkingen is 9. Dat valt historisch gezien wel mee. Het kan hierbij natuurlijk gaan om acute financieringsproblemen, maar evengoed om onvoldoende kapitaal om de activiteiten uit te breiden.

Het aantal bedrijven in de sector dat in het eerste kwartaal van dit jaar failliet ging, nam van jaar op jaar wel flink toe, van 23 naar 33. Sinds 2014 was sprake van een gestage daling. Het Sectorinstituut noemt de stijging fors, maar spreekt van een ‘stabiel’ cijfer op een laag niveau.

Bij de vacatures zien we een sterk toenemend tekort aan niet-rijdend personeel, bijvoorbeeld planners, administratief personeel, ICT’ers en loodsmedewerkers. Voor deze beroepsgroepen stonden in het eerste kwartaal 14.800 banen open; in dezelfde periode vorig jaar ging het maar om 9.300 vacatures. Het aantal vacante arbeidsplaatsen voor chauffeurs daalde intussen van 7.200 naar 4.900. De totale krapte neemt landelijk iets af.

Meer kleine bedrijven

Het aantal bedrijven in de sector beliep in het eerste kwartaal 6.761. Dat is 5,1% meer dan een jaar eerder. De laatste jaren is het aantal bedrijven fors gegroeid: in de jaren 2013, 2014 en 2015 schommelde dit rond de 6.000. Tegelijk zien we het gemiddelde aantal werknemers iets afnemen. Er komen meer kleine bedrijven bij. Bij een kwart van de ondernemingen werken nu één à twee mensen, bij nog eens 19% drie à vijf mensen en bij 17% zes tot tien mensen.

Meer dan honderd werknemers tellen maar 4% van alle bedrijven, maar die zijn samen wel goed voor een werkgelegenheid van 89.900 volledige arbeidsplaatsen. Het totale aantal banen in de sector bedroeg in het eerste kwartaal 153.000. Dat waren er begin 2014 bijvoorbeeld nog maar 127.000. Het aantal chauffeurs is ook flink toegenomen, van het dieptepunt van minder dan 76.000 in 2014 tot nu 87.050 nu. Maar de chauffeursquote, het aandeel rijdend personeel dus, is in de loop der jaren gedaald. Die quote kwam in 2010 nog op 61%, maar bedraagt nu 57%.

Het aantal andere functies in ondernemingen is dus sterker gestegen dan dat van rijdend personeel. Dit heeft met een reeks factoren te maken. Het wegtransport is in de loop der jaren veel efficiënter geworden. De gemiddelde chauffeur rijdt kortere afstanden en een deel van het internationale vervoer wordt meer en meer overgelaten aan buitenlandse concurrenten. De afgelopen jaren, sinds 2014, is de instroom van werknemers in de totale sector steeds groter geweest dan de uitstroom.

Bron: Nieuwsblad Transport

Eerste turborotondes in Rotterdamse haven

Op Distripark Maasvlakte in de Dardanellenstraat zijn de eerste twee turborotondes van de Rotterdamse haven aangelegd. Ze vervangen twee gevaarlijke gelijkvloerse kruisingen. De rotondes zijn van beton vanwege de belasting door zware transporten, langere levensduur en lagere onderhoudskosten.

“De aanleg van de twee rotondes past in het beleid van het Havenbedrijf om de verkeersveiligheid in de haven te bevorderen en om van Distripark Maasvlakte een toplocatie voor warehousing te maken. Dat is belangrijk want de directe aanwezigheid van distributiecentra bindt lading aan de haven”, aldus Ronald Paul, COO van het Havenbedrijf.

Speciale tweestrooksrotonde

De turborotonde is een speciaal vormgegeven tweestrooksrotonde, waar men al voor het oprijden van de rotonde de juiste rijstrook moet kiezen, omdat op de rotonde wijziging van rijstrook onmogelijk is. De turborotonde kent een hogere verkeersveiligheid ten opzichte van een standaard-tweestrooksrotonde. Ook de doorstroming is beter dan bij de standaard-tweestrooksrotonde en uiteraard veel beter dan de enkelstrooksrotonde.

Distripark Maasvlakte

Distripark Maasvlakte (DPMV) is een belangrijke vestigingslocatie voor distributie en empty depot activiteiten op de Maasvlakte. Het grootste deel van het Distripark is bedoeld voor distributiebedrijven die zich richten op zee-lading gebonden ADR-goederen, food en hoogwaardige consumptiegoederen.

De Dardanellenstraat is de hoofdas van het Distripark. In de loop van de jaren is de functie van de weg veranderd door de ontwikkeling van Maasvlakte II en de realisatie van het Coloradoviaduct. Het was ooit een lokale ontsluitingsweg voor het Distripark, maar is nu meer een doorgaande gebiedsontsluitingsweg. De inrichting van de weg voldeed niet aan de eisen van het huidig gebruik. Daarom en om de nog braakliggende terreinen op het Distripark in de westhoek uit te kunnen geven, moest worden geïnvesteerd in de nieuwe infrastructuur.

Bron: Transport Online